Tien minuten later lossen de bossen hun greep. Een gigantische vlakte strekt zich voor mij uit. Uitgestrekte weilanden die grenzen aan het vliegveld van Malle. Hier voel ik mij thuis. Op deze plek heb ik op 11 december 2007 een eerste maal echt waargenomen met de sterrenkijker en maakte ik mijn eerste schetsje.
Helaas bedekt de bewolking nu de volledige hemel. Geen enkele ster is er te zien. Teleurstellend, temeer omdat deze avond de Geminiden te zien zijn. Ik wandel verder en nader stilaan het einde van de zandweg.
De aardeweg verandert, ik voel losse steentjes onder mijn schoenzolen. Een luidruchtige beek trekt mijn aandacht, en even later sta ik op een bruggetje te genieten. Aan de ene kant kabbelt het water in snelle golven van me weg, waarbij ik de luchtbellen onder het wateroppervlak grappige geluiden hoor maken. Alsof er iemand scheten zit te laten in het water.
En aan de andere kant van de brug is het water doodstil, en zie ik de weerspiegeling van de wolken in het water. De hemel laat nu enkele willekeurige sterrenprikjes zien. Ik verlaat het bruggetje, waarop ik het geluid van het water langzaam hoor wegsterven. Vijf minuten later stap ik op slordig gestort asfalt. Dit is het einde van de zandweg.
Een keerpunt, want vanaf hier voel ik een ijskoud briesje in mijn gezicht blazen. Een teken dat ik op de helft van de wandeling zit. Nog drie kwartier wandelen, en om de vijftig meter kom ik een lantaarnpaal tegen die voor niets staat te schijnen. Vanaf nu geen krakende geluiden meer, maar wel het geluid van slepende kettingen en kletterende voerbakken. Het zijn de koeien, die de stallen doen leven. Vergeef me dat ik over deze details vertel, maar de sterrenhemel is nog steeds niet present. Komt het nog wel goed?
In het laatste kwartier nader ik de bewoonde wereld. In de verte zie ik de verlichte St. Elisabethkerk, en ik wandel voorbij huizen die bekleed zijn met krankzinnige kerstversieringen. Het lijkt alsof ik in de Efteling beland ben: verlichte kerstmannen, flikkerende lichtjes, dakgoten in de meest waanzinnige kleuren. Zo lelijk, maar gelet de massale invasie van deze dingen zal het wel aan mij liggen.
Nog vijf minuten verwijderd van de nestwarmte. De hemel lijkt zich weer een beetje bloot te geven. Ik wandel recht naar huis, tot ik in een opwelling in een doodlopende straat wandel. Ik mis de paarden. Ik wil ze zien. Op het einde van deze straat begroet ik nogmaals een zandweg, het is een doodlopende aardeweg die mij rechtstreeks naar mijn waarneem-plekje leidt, het plekje waar de paarden mij altijd verwelkomen. En on-verwacht zie ik Mars door het wolkendek piepen. Het geeft mij een sprankeltje hoop. De zandweg kronkelt langs hoge populieren, en ik geniet van het metershoge riet dat de slootkant bevolkt.
De paarden zitten in een hoekje. Eén paard komt toch naar me toe, ik streel het en voel zijn warme ademhaling. Ik aai zijn neus, waarop het zijn hoofd in een schuine hoek draait. ‘Lief paard’, fluister ik. Het geeft mij een goed gevoel. Wat een prachtig dier.
En nu laat de hemel plots wel sterren zien. Grote stukken hemel zijn vrijgekomen. Ik richt de verrekijker naar M35, een prachtige sterrenhoop, en op het moment dat ik weer even met het blote oog kijk zie ik een ontzettend lange, krachtige meteoor flitsen, vanuit het zenit naar het zuidwesten. Waaauw! Wat een bol! Fel blauw, omringd met een oranjekleurige gloed. Woehoe! Yes yes yes! Deze meteoor maakt mijn hele avond goed!
Jammer dat het westen niet helder genoeg is, want ik had de rode carbonster TX Prixes in het sterrenbeeld Vissen willen opzoeken. En Uranus, die er vlakbij staat was ook een gegeerd doelwit. Jammer. Wel leuk is dat ik het asterisme Kemble 2 met de verrekijker kan ontwaren. De typische W-vorm is nog net zichtbaar. En de Andromedanevel, en de Orionnevel. Zucht, sommige objecten vervelen nooit en zijn magisch mooi. En nogmaals zie ik twee meteoren. Ze springen als dolfijnen naast elkaar, in een zee van hemel. Prachtig.
Ik haast me terug naar huis, de tuinstoel staat me op te wachten. Het gras kraakt. Ik klik de rugleuning naar achteren en laat mijn lichaam rusten. Dit doet deugd. Nog vier bescheiden meteoren zie ik opblinken, op ongeveer een kwartier tijd.
Maar dan slaat het noodlot toe: uit het oosten komt een tapijt van bewolking aangedreven, alsof het de as is van een vulkaanuitbarsting. Enkel Mars lijkt zich nog te kunnen weren, de echte sterren doven langzaam hun licht. Ik voel het, dit is het einde van mijn avond. Ik denk nog even terug aan het paard, en bedank het in stilte.